Kraamverzorgster Carmen Elhage met Jaden | Foto © Curt Obersi
“Je laat iets moois achter”
“Ik heb het leukste vak van de wereld en ik blijf het doen totdat ik er dood bij neerval.” Met deze uitspraak begint het gesprek met Carmen Elhage (1963), kraamverzorgende met een eigen zorgbedrijf: De Kraamexpress. Wat ze zegt meent ze vanuit de grond van haar hart. Haar ogen fonkelen, de glimlach op haar gezicht kan niet breder en het enthousiasme waarmee ze haar woorden kracht bijzet springt van haar af. “Al 23 jaar werk ik als kraamverzorgende. En elke keer is het weer anders. Ieder kind is bijzonder, iedere thuissituatie vraagt een eigen aanpak. Ja, ik krijg vaak dezelfde vragen, maar altijd op een andere manier. Vooral bij gezinnen waar voor de eerste keer een kindje geboren wordt is het in het begin voor iedereen wennen. Nieuwe moeders zijn vaak een beetje onzeker. Ikzelf was ook zo. Ik had notabene de kraamopleiding al bijna afgerond toen ik mijn eerste kreeg. Allemaal fantastisch maar als je zelf een kind krijgt is het toch anders. Mijn collega’s van de opleiding die ik belde met vragen lachten me uit. “Kom nou, Carmen, je weet toch wat je moet doen aan krampjes.” Grappig he. Zo zie je. En omdat ik weet hoe onzeker je kan zijn met zo’n kleintje ben ik in de kraamperiode 24 uur per dag bereikbaar. Dat vind ik heel erg belangrijk.”
Familie
Carmen Elhage komt uit een gezin met zeven kinderen. Ze is de jongste. “Van ons zevenen werken er vijf in een medische richting. We hebben een tandarts, een apotheker, een arts, een ok-assistente en dan ben ik er als kraamverzorgende.” Carmens moeder is de zus van dr Leon en haar vader is een Elhage. “Ja, Emily (de minister president) is mijn tante. Vroeg of laat vraagt iedereen het aan me. En ik heb het dan ook nog eens van twee kanten. Mijn oom is een bekende gynaecoloog op Curacao. Toen ik net terug was uit Nederland had ik daar wel eens de balen van. Alsof je geen eigen identiteit hebt. Ik was altijd het nichtje van … Ik zei tegen mijn moeder dat ik aan geen van beiden achternamen plezier beleefde. Of dat nou niet anders had gekund. Als grapje, hoor. Ik heb heel lang in Nederland gezeten en moest hier gewoon helemaal opnieuw beginnen.”
Opgroeien in Nederland
Carmen is geboren op Curacao maar in 1970 vertrekt het gezin naar Nederland. Ze is dan 6 jaar. “Mijn moeder wilde naar Nederland omdat mijn twee oudste broers daar al zaten. Ze wilde dat we samen opgroeiden. Dat er een gat tussen ons lag werd meteen bij aankomst op Schiphol al duidelijk. Ik groette een van mijn broers met “Dag meneer”. We hebben twaalf jaar in de Bijlmer in Amsterdam gewoond en ik heb daar hele leuke herinneringen aan. En je kunt nog altijd aan mij horen. Dat ik in Amsterdam heb gewoond. Dat accent is er bij mij kennelijk niet uit te slaan.” Op haar achttiende moet Carmen mee terug naar Curacao. “Ik was klaar met school, woonde nog thuis en mocht van mijn moeder nog niet alleen achterblijven. Dus mee naar Curacao. Het was verschrikkelijk. Ik kende niemand. En niemand kende mij. Nee, dat was niet leuk. Weg was mijn vrijheid en weg waren mijn vrienden. Maar ik was niet lang op Curacao. Ik ben naar Aruba gegaan om daar een opleiding voor kinderverzorgster te volgen. Ik heb altijd geweten dat ik iets met kinderen wilde doen. Vanaf heel jong. Die opleiding duurde twee jaar en toen ik daar klaar mee was ben ik naar Nederland teruggegaan. Naar Tilburg.”
Spoedopleiding
“In Nederland was er een tekort aan kraamverpleegkundigen en er werd een spoedopleiding in het leven geroepen. In Berkel Enschot was dat. Er waren slechts 4 plaatsen en ik werd aangenomen. Dit was wat ik echt wilde doen en het was een fantastische tijd. Vooral de periode dat ik intern zat met allemaal vrouwen. Tijdens die opleiding raakte ik in verwachting van mijn eerste kind. De opleiding duurde 17 maanden. We moesten vier maanden intern op een internaat verblijven en 1 jaar stage lopen. Ik ben bevallen en drie weken later had ik mijn afstudeergesprek. Mijn zoon was erbij. Dat was in 1987 en ik kon meteen parttime aan de slag. Ik ben heel even toen mijn tweede zoon zich aandiende gestopt. Maar ik heb het werken dat ik zo fantastisch vind weer snel opgepakt.”
Terug naar Curacao
“Toen mijn oudste zoon gediagnostiseerd werd met cara (zeer ernstige benauwdheid) besloten we terug te komen naar Curacao. Dat was in 1991. En ik ben ook hier gaan werken. Ik kan namelijk absoluut niet stilzitten. Ik word daar iebelig van. Ga rondlopen, ben net een kip die zijn nest kwijt is, zo noemt mijn moeder dat. Mijn broer stelde voor dat ik eerst eens ging kijken bij de kraamkliniek. Ik heb er gewerkt als oproepkracht. De eerste baby die ik gewassen heb op Curacao werd geboren in het Piskalat (de gevangenis). En daar sta je dan met je fris-net-uit-Nederland-gezicht. Ik wist niks op Curacao. “Waar is Koraal Specht?” moest ik vragen. Maar ik liet me niet afschrikken en heb gewoon die 6 dagen gekraamd. Maar bij de kraamkliniek wilde ik niet blijven. Ik vond het te onpersoonlijk en voelde me bij hun werkwijze niet thuis. Ik ben Agnes Cobelens (verloskundige) gaan assisteren met bevallingen en deed dan aansluitend de kraamzorg. Daar kon ik mijn “ei” in kwijt en ik wist wat ik zou gaan doen. Voor mezelf beginnen.”
De Kraamexpress
“De kraamexpress bestaat sinds 1996 maar ik werkte al eerder voor mezelf. Op freelancebasis. En het ging snel. Ik heb nog nooit reclame hoeven maken. Al gauw was ik niet meer het “nichtje van…” maar “Carmen, je weet wel die van de kraamzorg”. Het is de leukste baan van de wereld. Je laat iets moois bij mensen achter als je weggaat. Een gezinsuitbreiding die je hebt mogen begeleiden vanaf het prille begin. Ik heb goede contacten met verschillende kinderartsen, werk samen met verloskundigen als Karin Stomp, Suzan Schotborg en natuurlijk met Agnes. Dat moet ook want ik zie hoe het met de baby en de moeder gaat. Ik kom er elke dag. Ik probeer ze de basiskennis die ik in huis heb mee te geven. De ouders vertrouwd maken met hun nieuwe kindje. Dat is heel belangrijk. En bereikbaar zijn voor hen. Ik heb echt 24 uur per dag mijn telefoon aanstaan. En ik leef met hen mee. Als zo’n kleintje krampjes heeft en niet kan slapen en de ouders bellen me dan geef ik advies. Een uurtje later bel ik dan vaak zelf even om te horen hoe het gegaan is. Dat gaat gewoon zo, zo zit ik in elkaar. Het is zo mooi. En ondanks dat ik dit werk al drieëntwintig jaar doe is het steeds weer anders. Laatst had ik vier baby’s in het zorgplan zitten. Allemaal rond dezelfde tijd geboren. Bij het ene gezin kwam ik binnen en zat de pamper verkeerd om, bij het tweede stroomden de kraamtranen rijkelijk, bij het derde gezin ook en bij gezin nummer vier had de moeder het gevoel alles verkeerd te hebben gedaan omdat de baby bij haar in bed had geslapen. Ik luister, adviseer en vertel ze vooral dat het ok is. Je moet geduldig zijn en de tijd nemen om mensen wegwijs te maken. Ze vertrouwen geven dat ze het echt zelf ook kunnen. En dat ze me altijd kunnen bellen. Diezelfde avond had ik alle vier die ouders aan de telefoon: Een baby had de hik, de tweede kwam niet in slaap, nummer drie had krampjes en ga zo maar door. Ik ben alleen maar blij dat ik ze ten dienste kan zijn.”
Werkwijze
“Ik werk alleen en dat heeft tot gevolg dat ik een strakke planning heb. Aanstaande moeders moeten zich inschrijven. Dat hoeft natuurlijk niet meteen hoewel sommigen zich al melden als ze de predictor nog maar net uit de plas hebben gehaald. Mooi vind ik dat. Maar het begint met een telefoontje. Dan volgt de inschrijving en het invullen van alle gegevens. Een maand voor de bevalling ga ik bij het gezin langs. Om kennis te maken en om met hen door te nemen welke spulletjes ze allemaal nodig hebben. En dan is het wachten. Altijd spannend. Ook voor mij. Soms ben ik bij de bevalling, soms daarna. Dan begint mijn werk. Gezinsuitbreiding gaat iedereen in het gezin aan. En daar moet je dus ook iedereen van het gezin bij betrekken. Vaders, broertjes, zusjes. Meteen iedereen laten snuffelen en meedoen. Vooral de vaders. Die zijn het eerst aan de beurt met de baby in bad doen en helpen met de verzorging. Dat wil niet altijd iedereen maar de eerste vader die de baby niet in bad gedaan heeft voordat ik vertrok moet nog opstaan. Ik ben minimaal 6 dagdelen en maximaal 8 dagdelen beschikbaar voor het gezin. Maar daar blijft het vaak niet bij hoor! Ik kijk altijd naar de situatie en sommigen bellen me lang daarna nog op. Als de kinderen groter zijn. Met vragen over ziekte of koorts. Ik ben altijd bereikbaar, toch. En voor bezorgde ouders gaat dat soms makkelijker dan een arts te pakken krijgen.”
Agnes Cobelens
“Agnes is een geweldige vrouw die naast haar gewone werk ontzettend veel doet voor de armen en illegalen op dit eiland. Ik help haar waar ik kan. De porch van mijn moeders huis ligt regelmatig helemaal vol met allerlei spullen voor deze gezinnen. Het is moeilijk, die echte armoede van mensen. Ik zag dat ookal toen ik nog voor de kraamkliniek werkte. Schrijnende situaties. Ze hebben geen geld. Niets. En dan ga ik gewoon toch en doe mijn werk. Bij een vrouw, weet ik nog, was het kindje heel klein maar o zo schattig. Het was ondervoed. Deze mensen wisten niet wat ze moesten doen. De communicatie was lastig. Maar we vonden een weg om elkaar te verstaan. Ik maakte de moeder duidelijk dat ik haar baby in mijn zak zou stoppen en mee zou nemen naar huis. Het werd een grap tussen ons en maanden later belde ze me om me te vertellen dat ik de baby, die inmiddels goed gegroeid was, nu echt niet meer in mijn zak stoppen kon. Dat was haar manier om me te bedanken.”
1175 baby’s
“Inmiddels heb ik, sinds ik het registreer, op Curacao zo’n 1175 baby’s gewassen en verzorgd. Het zijn er meer maar ach… De kleinste woog 1780 gram, een piepklein poppetje, de dikste was 5250 gram. Mijn job is geweldig. Ik geef alles wat ik in huis heb en ik krijg er zoveel waardering voor terug. Dat is leuk maar niet echt belangrijk. Het is gewoon zo mooi om bij mensen thuis te komen in een vaak totaal nieuwe situatie en dat ik ze de weg wijzen kan, het vertrouwen kan overbrengen dat ze het zelf kunnen. En als ik dan na die kraamdagen weer vertrek, dan doe ik dat met een dikke vette glimlach.”
De baby in deze fotoreportage is Jaden Obersi. Jaden is geboren op 20 juli 2010. Zoon van Brigitte Gonesh en Curt Obersi. Carmen heeft bij het gezin gekraamd.
Tekst © Elodie Heloise
meer van Elodie Heloise op haar weblog
Dit artikel is verschenen in het AD Mensen







Je hebt volkomen gelijk, Carmen
Het is een van werelds mooiste beroepen,
niet voor iedereen……maar voor jou zeker een roeping.
Indrukwekkend interview, Mooi hoor,u
God bless,
Love…Mau
Geachte mevrouw,
Als kraamverzorgende weet ik als geen ander hoe leuk, uitdagend en boeiend ons vak is!
Sinds 2003 ben ik werkzaam als kraamverzorgende in Nederland, en ik zou nooit meer anders willen!
Mijn vraag aan u is, of het mogelijk is om bij uw praktijk een soort van “stage” te kunnen lopen voor een aantal weken. Uiteraard geheel op mijn eigen kosten. Het lijkt me een geweldige ervaring voor mijn “rugzak” om op Curacao te mogen werken.
In afwachting van uw reactie verblijf ik,
Met vriendelijke groet,
Angela Smit
Hallo Carmen,
Leuk weer eens wat van je te horen. Hoe is het met de kids? Laatst zaten Rachid en ik schoolfoto’s te bekijken en alle oude herinneringen kwamen naar boven. Wonen jullie nog op hetzelfde adres?
Ben nl met VUT en verblijf nog 3 maanden op nos dushi isla Korsou. Groetjes en tot hoors
wat een mooie foto’s (L)